Opinie: Als Fiom excuses aanbiedt, moet het ook daarnaar handelen
De afgelopen jaren heeft Fiom excuses aangeboden voor zijn rol in het Nederlandse
adoptieverleden. In de periode 1956–1984 stonden duizenden vrouwen hun kinderen af,
vaak onder druk van sociale normen, schaamte en armoede. Fiom, dat destijds
betrokken was bij de begeleiding van ongehuwde moeders bij afstand en adoptie,
erkende later dat veel vrouwen onvoldoende steun van hen kregen om hun kind zelf op
te voeden. Met de excuses gaf Fiom aan dat het verleden een reden moest zijn om
kritisch te blijven kijken naar de eigen rol bij adoptie en afstand.
Juist daarom roept een recente zaak vragen op over de rol van Fiom vandaag. In een
reportage in NRC van 6 maart jl. kwam het verhaal naar voren van een arbeidsmigrant
die haar baby afstond voor adoptie omdat zij het financieel niet redde. Zij had te maken
met gebrek aan geld, woonruimte en stabiliteit. Volgens het verhaal speelde Fiom een
rol in de begeleiding van het traject dat uiteindelijk leidde tot afstand van het kind.
Daarmee ontstaat een ongemakkelijke vraag: hoe kan Fiom, na alle excuses voor het
verleden, opnieuw betrokken zijn bij een situatie waarin armoede een doorslaggevende
factor lijkt te zijn?
Het uitgangspunt in internationale richtlijnen en kinderbeschermingsbeleid is dat het
scheiden van ouder en kind voorkomen moet worden. Eerst moeten alle andere
mogelijkheden worden onderzocht. Juist organisaties als Fiom, die gespecialiseerd zijn
in begeleiding rond zwangerschap, ouderschap en adoptie, hebben daarbij een grote
verantwoordelijkheid. Als economische kwetsbaarheid de belangrijkste reden wordt
voor afstand, dan zou Fiom juist een rol moeten spelen in het zoeken naar oplossingen
om moeder en kind samen te houden. Niet de ‘optie’ van afstand en adoptie aanbieden.
De geschiedenis maakt deze discussie extra gevoelig voor Fiom. Uit onderzoek naar de
periode 1956–1984 bleek dat sociaaleconomische omstandigheden een belangrijke rol
speelden bij het afstaan van kinderen. Veel vrouwen hadden geen inkomen, geen
woonruimte en weinig maatschappelijke steun. In die context speelde Fiom destijds een
rol in trajecten die uiteindelijk tot afstand en adoptie leidden waarvoor Fiom tweemaal
excuses heeft aangeboden.
Juist omdat Fiom deze geschiedenis zelf heeft erkend, wordt het handelen van Fiom
vandaag de dag natuurlijk kritisch bekeken. Wanneer opnieuw een moeder haar kind
afstaat omdat zij het financieel niet kan redden, lijkt de geschiedenis zich op een
verschrikkelijke manier te herhalen.
De waarde van de excuses van Fiom hangt uiteindelijk af van het handelen van Fiom in
het heden. Als een moeder haar kind afstaat omdat zij geen geld heeft voor de
basisbehoeften van een baby, dan zou de eerste reflex van Fiom moeten zijn om hulp te
organiseren – niet om een traject naar afstand mogelijk te maken. Daarom raakt deze
kwestie direct aan de geloofwaardigheid van Fiom. Want als Fiom zegt te hebben geleerd
van het verleden, maar opnieuw betrokken raakt bij situaties waarin armoede leidt tot
afstand van een kind, dan rijst een fundamentele vraag: heeft Fiom werkelijk gebroken
met het verleden?
De stichting DNA, die opkomt voor afstandsmoeders, de stichting Aran, die opkomt voor
interlandelijk geadopteerden en de stichting ViZ, die voor binnenlands afgestanen en
geadopteerden opkomt, hebben samen een open brief naar Fiom gestuurd om
onmiddellijk te stoppen met de het ‘aanbieden van de optie’ om afstand te doen. En
bovendien de moeders die van inmiddels door medewerking van Fiom inmiddels van
hun kinderen zijn gescheiden alsnog goede steun te bieden en hereniging mogelijk te
maken in het belang van moeder en kind.
Ellen Venhuizen – DNA
Barbalique Peters – VIZ
Dong Hee Kim – ARAN
